VDRS
Noodverordening

Noodverordening

Toen ik een jaar of 5 was, en ik de ogen van mijn schoolhoofd herkende in de in een rode jurk met mijter uitgedoste weergave van wat ooit de illusie van Sinterklaas was, moest ik mijn ouders vertellen dat Sinterklaas niet bestond. Althans… De jongetjes en meisjes in de klas hadden het niet door, dus…het boeide niet.

Naar Piet keek ik niet. Ik keek naar zijn juten zak. Daar zat in wat belangrijk was. Snoep. En naar Sinterklaas. Want Sinterklaas had een boek waarin stond of ik wel of niet lief was geweest dat jaar. En natuurlijk wist het schoolhoofd of ik lief was geweest! Maar, hoe ver strekte zijn netwerk? Had hij mijn ouders verteld over al mijn driftbuien, over schoppen en slaan van andere kindjes? Ondertussen gaf Piet mij een handje kruidnoten. Aw yiss… En ik begon te knagen…

Sinterklaas

Sinterklaas, het schoolhoofd. Hulpsint? Wat..? Enfin. Een pepernoot, taaitaai, schuimsnoep en tumtum. En een buik vol. En natuurlijk… Weer een Piet stopt bij mijn stoel. Ik had zo hard doorgevreten dat hij niet had gezien dat ik al had gehad. Mijn handen waren leeg en Piet vond dat zielig. Dus ik kreeg meer snoep, en ik zeurde niet.

De moraal

De keiharde realiteit was dat Piet nummer 1 mijn bloedeigen moeder had kunnen zijn. Gekleurd in een wat nu verboden type schmink is. Iets met lood. Piet nummer twee was de juf waar ik het jaar ervoor nog bij in de klas had gezeten. En had ik naar hun gezicht gekeken, in plaats van hun juten zak snoepgoed, dan had ik het gezien. Dan had ik me druk gemaakt over de leugen die we onze kinderen voorhouden in het belang van een gezellig kinderfeest. Maar ik zag alleen maar snoep, feest en Sinterklaas. En Piet, met zijn zak snoep. Snoep. Cadeau’s. Meer niet.

Zou het mij uitgemaakt hebben dat Piet het gezicht van een druif had? Of leek op een regenboog? Of grijs? Omdat hij een verkeerde schoorsteen trof? Ik weet 100% zeker van niet. Want wat Piet bij zich had was velen malen interessanter dan het gezicht van Piet.

Sint is Sint en Piet is Piet…

Maar nu ik vader ben is alles anders. Uiteraard, voor mijn kinderen blijft de strekking; Piet is Piet. En of Piet nu zwart is, geel, bruin of paars, dat maakt ze niet uit. En ook persoonlijk gezegd interesseert het me niet. Zwarte Piet hoeft niet uit de boeken. Er is namelijk altijd een zwarte Piet. Dat noemen ze multicultureel Nederland. Lees; f*ck jullie opruiend, dom volk. Maar we hoeven Pieten ook niet uit te dragen als slaven in de 19e eeuw. Daar hebben jullie een punt. Alleen… zullen we dit gevecht niet voeren vlak voor en tijdens de intocht? Want het Sinterklaasfeest gaat niet over uw beleving, dat is voor de kinderen. Het gevecht voer ik (misschien wel samen) met u, maar dan wel zonder dat mijn kinderen daar last van hebben.

Aan beide kampen, mijn oproep. Makkers, staakt uw wild geraas.

Bent u zo overtuigd dat zwarte piet een in oorbellen en keibruin (zwart is geen enkele piet, lul) gezicht moet rondlopen?  Geeft u uw zwangere vrouw dan ook weer een lekker pilletje softenon. Of ga lekker grinden met HIV besmette homoseksuelen in een steegje achter het Thorbeckeplein. AIDS is ook iets van 1980, toch? Ga mee met de tijd, accepteer dat iedereen een mening heeft en dat kinderen de laatsten zijn die daar tegenin gaan. Die willen feesten. En cadeautjes. Pieten en Sinterklaas, en snoep. Kinderen verdienen niet het slachtoffer te worden van een hetze tussen groepen conservatieven en realisten.

Bent u anderzijds zo overtuigd dat u niet gehoord wordt tussen het claimen van de door de Nederlandse staat voorziene onkostenvergoedingen als bijstand, huur- en zorgtoeslag of hypotheekrenteaftrek, terwijl u langs de intocht staat te schreeuwen dat “wij” geen respect voor uw ‘roots’ hebben? Gaat u zichzelf dan alstublieft inlezen over de oorsprong van het gehele Sinterklaasfeest, en meldt u zich gerust eens bij mij en 234.000 andere historici die wel weten waar het feest nu op gebaseerd is. Nee, Piet hoeft geen slaaf te zijn, maar u hoeft uw punt niet te maken over de ruggetjes van honderdduizenden kinderen die in Maassluis hun cadeautjes binnen willen zien drijven.

Tot morgen,

de (hulp)Sint.

Mario Zwart

Het verhaal, Mario Zwart; geboren en opgegroeid in Amsterdam, gaan werken in Rotterdam, verliefd geraakt op een meisje uit Zoetermeer. Toen dat meisje na 7 jaar smeken (de aanhouder wint) toch maar besloot om aan te haken zijn de avonturen allemaal begonnen. Van New York, Parijs en Rome naar Barcelona, Amsterdam en Bangkok. Next stop; wonderland. Sinds oktober 2013 ook papa van Fleur. 

Een Amsterdamse papa in een dorp zonder P.C. Hooftstraat. Juist. 

Mario in het kort; schrijft sinds +/- 2000, aangemoedigd door vrienden om dit te delen en sindsdien eigenaar van www.geenflauwbenul.nl waar alle verhalen tot op heden terug te lezen zijn. Werkzaam als Informatiemanager bij een landelijke vervoerder en is fanatiek voetballiefhebber. Gek op auto's, macaroni en koffie. Een biertje, dat lukt ook nog wel. Favoriete onderwerpen; leedvermaak, de moeder en praktische uitdagingen. 

 

Voeg reactie toe

Volg ons!

We vinden het geweldig als je onze social media bezoekt. Vergeet niet te liken!